|
|
|
 |
Filmmuseum, Amsterdam
Vondelpark 3
1071 AA Amsterdam
Tel.: 020 589 14 00
Fax: 020 683 34 01
Web: www.filmmuseum.nl
E-mail: info@filmmuseum.nl
Informatiecentrum:
Vondelstraat 69-71
1070 BT Amsterdam
Telefoon- en faxnummer als boven
|
|
Het Filmmuseum wil een levendige Nederlandse filmcultuur bevorderen. Dat doet het door 'schatten uit het verleden' te verzamelen en te restaureren en het vertonen van de wereldwijd geprezen filmcollectie. Regelmatig neemt het Filmmuseum nieuwe films van Nederlandse en buitenlandse regisseurs in het programma op.
De collectie is inmiddels uitgegroeid tot ruim 30.000 films, 30.000 affiches, 400.000 foto's en documenten uit de filmgeschiedenis. De filmcollectie vormt een weerspiegeling van de Nederlandse film- en bioscoopcultuur vanaf 1895. Achter de schermen wordt hard gewerkt aan de restauratie en conservering van collectieonderdelen. Zeven miljoen meter nitraatfilm uit de eerste helft van deze eeuw vereist permanente aandacht: het uiterst brandbare materiaal verpulvert en dient te worden gekopieerd om het te kunnen vertonen. Bijzondere zorg verdient ook het 'gewone' celluloid (ongeveer 30.000 uur film) waarvan een deel ten prooi dreigt te vallen aan het vinegar syndrome, het 'spook van de verzuring'.
Het Filmmuseum stelt speciale themaprogramma's samen en presenteert dagelijks films uit het eigen archief: geluidsfilms en stille films (altijd begeleid met live muziek); historische en recente films. Het Filmmuseum is actief als producent van films met archiefmateriaal, reizende theatervoorstellingen (met film) en filmhistorische boeken. Het Informatiecentrum staat open voor iedereen die zijn filmkennis wil verrijken. Als distributeur verhuurt het Filmmuseum films aan filmtheaters in het hele land.
Films over Nederlands-Indië
Tussen 1912 en 1949 zijn er duizenden films gemaakt in en over Nederlands-Indië, het merendeel door Nederlandse filmmakers. De vroegst bekende, gemaakt door J.C. Lamster in 1912 en 1913, werden vervaardigd in opdracht van het Koloniaal Instituut en vertoond in samenhang met lezingen in musea, scholen e.d. 'in patria'. Deze vormen van productie zijn typisch te noemen: films met Nederlands-Indische onderwerpen werden vaak gemaakt in opdracht van instituten, overheid of bedrijfsleven en in Nederland binnen een propagandistisch-educatieve context vertoond.
Het leeuwendeel van deze films is documentair van aard. Maar anders dan de films die voor commerciële bioscopen bedoeld waren en waarin een sterk exotisch beeldidioom domineerde, valt op dat in het Nederlands-Indische mate-riaal de nadruk juist ligt op de professionele verrichtingen van het Nederlandse gouvernement en bedrijfsleven. Die westerse aanwezigheid, in de vorm van plantages en fabrieken, mijnen en olieboortorens, scholen en ziekenhuizen, spoor- en autowegen. bruggen en viaducten, e.d. zou gezien kunnen worden als een visuele uitwerking van de ethische politiek: de baten van de koloniale exploitatie dienen in eerste instantie ten goede te komen aan de inlandse bevolking. Door de blik voornamelijk te richten op het grootse dat in Indië werd verricht zijn de films niet vrij van een zelfvoldane toon. Films die wel over inheemse en exotische onderwerpen gingen (inheemse gebruiken, nijverheid of ambachten) waren vrijwel altijd educatief van aard.
De collectie bevat voornamelijk documentair beeldmateriaal (o.m. home movies). De (geconserveerde) filmpjes vallen grotendeels in de categorie goed nieuws van het thuisfront. Ze geven een monter beeld van het privé-leven van de in de kolonie levende Nederlander en diens bemoeienis met het openbare leven. De opnamen tonen een bedrijvige wereld, waarin men druk doende is de westerse beschaving te introduceren. Te zien zijn documentaire beelden van de aanleg van bruggen, wegen en spoorwegen, missiewerk en fabrieks- en plantagearbeid.
De grotendeels in opdracht vervaardigde producties zijn te classificeren als voorlichtingsfilms. Ze werden op scholen en in musea vertoond, veelal vergezeld van lezingen. De films schotelden de kijker een optimistisch beeld voor van een zich in snel tempo moderniserende kolonie. De regisseurs van de Indische films negeerden daarbij gevoelige onderwerpen als het Indonesisch nationalisme, de economische crisis van 1929 en de invloed van de (gevangen gezette) politieke leiders Soekarno, Hatta en Sjahrir.
In het VOC-herdenkingsjaar bracht het Filmmuseum een relatief onbekende periode uit de koloniale geschiedenis onder de aandacht. De opnamen in de Nederlands-Indië-collectie vormen immers een boeiende correctie op het beeld van de voormalige kolonie als exotische gordel van smaragd. Tegelijkertijd nodigen de vertoonde archiefbeelden uit tot reflectie. Hoe ervaren wij ons koloniaal verleden? In hoeverre leent het archiefmateriaal zich voor historische duiding? Wat waren de motieven van regisseurs en opdrachtgevers? Is het mogelijk met een zuiver esthetisch oog naar documentaire opnamen te kijken? Door het stellen van dergelijke vragen hoopt het Filmmuseum de kijker te prikkelen tot een actieve omgang met het verleden.
|
|
|
|