ࡱ> vxuM Pbjbj==-xWWmLl8db:l~^"9999999$; =::!:!!!69!9!!'-89r !892:0b:8>!>9!Nederland in Beweging (deel 2) Nederland en Indonesi: 400 jaar verbeelding DIDACTIEK Inleiding 2 Vragen formuleren 3 Zoekstrategien 4 Bronnen beschrijven en beoordelen 6 Bronnen selecteren, ordenen en conclusies trekken 7 De (eind)presentatie 8 Samenvatting (met voorbeeld) 10 NB: Deze versie van de didactische werkvormen is nog voorlopig. Binnenkort verschijnt het definitieve document. Inleiding In dit document wordt aan de hand van een aantal werkvormen beschreven hoe je met Nederland in Beweging (deel 2) aan de slag kunt gaan. Hoewel alle werkvormen worden beschreven als een individuele actie, kan er natuurlijk ook in groepen worden gewerkt. Dit bepaal je in overleg met de docent. Als je www.nederlandinbeweging.nl hebt ingetikt, kom je op de pagina Home van de site. Om te kunnen werken met de bronnen van NiB2, klik je op Bronnencatalogus. Hoe je naar bronnen kunt zoeken, wordt kort uitgelegd op de pagina Bronnencatalogus. Als deze uitleg niet volstaat, klik dan voor meer informatie op het onderstreepte woordje hier op deze pagina Bronnencatalogus. We raden je sterk aan alle bevindingen, onderzoeksresultaten, enz. steeds te noteren in een door jou aangemaakt document. Als je onderzoek is afgerond kun je, onder vermelding van je naam, de school en de klas waarin je zit, dit document opsturen naar  HYPERLINK "mailto:info@nederlandinbeweging.nl" info@nederlandinbeweging.nl. De redactie van de website zal er dan voor zorgen dat deze resultaten op de forumpagina worden geplaatst. Wij als samenstellers, maar zeker ook alle andere onderzoekers kunnen er ons/hun voordeel mee doen! Als opmaat voor een (wetenschappelijke) vervolgopleiding en/of (maatschappelijke) carrire is dit een zeer nuttige oefening! Vragen formuleren Voordat je een onderzoek start, moet je eerst bepalen wt je wilt gaan bestuderen. Zomaar beginnen met het bekijken en/of lezen van (een aantal) bronnen uit NiB2 heeft geen zin. Eerst moet je een onderwerp kiezen, daarna ga je (hoofd- en deel-)vragen formuleren, die samen al een beetje richting geven aan het onderzoek.. Je kunt hierbij op twee manieren te werk gaan: 1. Aan de hand van de op school gebruikte geschiedenismethode en (eenvoudige) aanvullende informatie (encyclopedien, eindexamenkaternen, etc.) wordt een hoofdvraag met deelvragen geformuleerd. Nadat je dit hebt gedaan, ga je op zoek naar bronnen die (mogelijk) antwoorden geven op deze vragen. Hoe je dit met behulp van deze website kunt doen, kun je lezen op p. 4 bij Zoeken naar bronnen in het hoofdstuk Zoekstrategien. OF 2. Op basis van alln het materiaal van NiB2 wordt een hoofdvraag met deelvragen geformuleerd. Als je voor deze methode kiest, kijk dan verder op p. 4 bij Zoeken naar een onderwerp in het hoofdstuk Zoekstrategien. Zoekstrategien Dze pagina geeft informatie over het zoeken in de catalogus op de website. Weet je nog niet hoe de website werkt, klik dan op het onderstreepte woordje hier op de pagina Bronnencatalogus. Vooraf Je kunt de bronnen van NiB2 met behulp van de website op drie manieren benaderen: op thema(s) met daaraan gekoppelde onderzoeksclusters en focussen (TCF-zoeken), op zoekterm(en) en op jaartal(len). De themas waaruit je kunt kiezen zijn: 1. Bevolking 2. Geografie 3. Natuur 4. Economie 5. Politiek 6. Cultuur 7. Accenten Een overzicht van de onderzoeksclusters en focussen binnen deze themas vind je bij TCF-zoeken. Mogelijk heb je al een onderwerp in je hoofd. Met behulp van zoektermen kun je er achter komen welke bronnen over dit onderwerp in NiB2 zijn opgenomen. Afhankelijk van het onderwerp, kun je heel breed zoeken (bijvoorbeeld op Java); soms is het verstandig je zoekterm(en) te verfijnen (bijvoorbeeld Batavia of Bataviaen fort of Batavia, fort en Coen). Je kunt er ook voor kiezen een bepaalde periode te gaan onderzoeken. Lees hiervoor de instructies bij Zoeken op datum op de internetpagina Bronnencatalogus. Uiteraard kun je de hierboven genoemde zoekmanieren ook combineren. Als je nog geen onderwerp hebt gekozen, en dus ook nog geen hoofd- en deelvragen hebt kunnen formuleren, volg dan eerst de aanwijzingen zoals beschreven in Zoeken naar een onderwerp hieronder. Iedereen die weet waar het onderzoek zich op gaat richten, leest verder bij Zoeken naar bronnen (p.5). Als je meer informatie wilt hebben over het door jou gekozen onderwerp kijk dan bij Zoeken naar aanvullende informatie (p.5). Zoeken naar een onderwerp Je hebt nog geen idee wat je wilt gaan onderzoeken en je hebt dus zeker nog geen hoofd- en deelvragen geformuleerd: klik dan op n van de zeven themas bij TCF-zoeken. Er verschijnt een overzicht van mogelijke onderzoeksclusters binnen dt thema. Als je een cluster tegenkomt waar je meer over wilt weten, klik je daarop en je krijgt een overzicht van alle beschikbare bronnen. Door op de bronnen zelf te klikken, en deze te bekijken of te lezen, kun je bepalen of dit cluster een geschikt onderwerp bevat dat voor verder onderzoek in aanmerking komt. Als dat zo is, ga je eerst een hoofdvraag met deelvragen formuleren. Wanneer het cluster je niks lijkt, kijk je bij een ander cluster binnen het thema, of eventueel bij een ander thema. Zodra je een geschikt onderwerp hebt gevonden en de vragen hebt geformuleerd, kun je aan de slag. Een overzicht van bruikbare bronnen heb je immers al! Wil je naast dze bronnen nog meer lezen over het onderwerp, kijk dan bij Zoeken naar aanvullende informatie (p.5). De volgende stap is Bronnen beschrijven en beoordelen (zie p.6). Zoeken naar bronnen Met behulp van de op school gebruikte geschiedenismethode en eventuele andere informatie heb je een onderwerp gekozen n vervolgens een hoofdvraag met deelvragen geformuleerd. Het zoeken naar bronnen die hierover informatie geven is de volgende stap. Zoals bij Vooraf hierboven is geschreven, kun je de bronnen van NiB2 met behulp van de website op drie manieren benaderen: op thema(s), op zoekterm(en) en op jaartal(len). Omdat je al hebt gekozen voor een onderwerp kun je nu volstaan met het verder zoeken op zoekterm(en) en/of jaartal(len). Door dit te doen, krijg je direct toegang tot alle beschikbare bronnen over het door jouw gekozen onderwerp. Mogelijk wil je of kun je niet alle bronnen gebruiken. Zie hiervoor Bronnen selecteren, ordenen en conclusies trekken (p.7). Wil je naast dze bronnen nog meer lezen over het onderwerp, kijk dan bij Zoeken naar aanvullende informatie hieronder. De volgende stap is Bronnen beschrijven en beoordelen (zie p.6). Zoeken naar aanvullende informatie De ruim 850 bronnen in NiB2 zijn informatief en veelzijdig. Maar ondanks deze omvang en veelzijdigheid kan het natuurlijk altijd voorkomen dat je nog meer wilt weten over het onderwerp voordat je verder gaat. Daarom hebben wij een lijst met LITERATUURSUGGESTIES opgesteld, die je vindt op de internetpagina Downloads. In deze lijst vind je titels van boeken over de meest uiteenlopende (historische) onderwerpen, een groot aantal Indische romans, stripboeken en nog veel meer. Overigens zal dit literatuuroverzicht regelmatig worden aangevuld met (op)nieuw verschenen titels. Je kunt ook aanvullende informatie vinden met behulp van het overzicht van links naar andere websites op de internetpagina Extras. De volgende stap is Bronnen beschrijven en beoordelen (zie p.6). Bronnen beschrijven en beoordelen In drie stappen beschrijven we nu hoe je verder te werk gaat. Als je onderstaande aanwijzingen volgt, heb je aan het eind van dit onderdeel van je onderzoek antwoorden op drie vragen: Welke informatie bevat de bron? Hoe betrouwbaar is die informatie? Heb ik voldoende informatie? 1. Bronnen beschrijven In NiB2 zijn verschillende soorten bronnen opgenomen. Hieronder volgt een kort overzicht. Ego documenten (brieven, dagboeken, reisverslagen, huishoudboekjes, enzovoort) Officile documenten Boeken (Geografische) kaarten Kranten en tijdschriften Fotos Interviews Bewegend beeld Nieuwsitems en documentaires Gesproken woord Muziek en amusement Schilderijen, tekeningen, schoolplaten, enzovoort. Objecten (scheepsmodellen, globes, juwelen, enzovoort) Al deze bronnen geven, elk op hun eigen manier, informatie over het onderwerp dat je hebt gekozen. De eerste stap die je nu zet is het beschrijven van deze bronnen: wat zie (of hoor of lees) ik bij deze bron? TIP 1: Noteer altijd het unieke nummer van de bron! Dit nummer bestaat altijd uit twee hoofdletters gevolgd door twee, drie of vier cijfers. Op die manier kun je (later) een bron altijd weer snel terugvinden. TIP 2: Maak een zo gedetailleerd mogelijke beschrijving van de inhoud van de bron! In een latere fase van je onderzoek heb je daar alleen maar voordeel van. Je hebt nu een antwoord op de vraag: welke informatie bevat de bron? 2. Bronnen beoordelen De volgende stap is het beoordelen van de informatie uit de bronnen die je tot je beschikking hebt. Om je hierbij te helpen is het document ORINTATIEVRAGEN opgesteld. Dit document vind je op de internetpagina Downloads. Met de vragen in dit document kun je alle soorten bronnen beoordelen op hun waarde. Je hebt nu een antwoord op de vraag: hoe betrouwbaar is mijn informatie? 3. Aanvullende informatie Vervolgens wordt de vraag gesteld of de nu voorhanden zijnde verzameling beschreven en beoordeelde bronnen toereikend (genoeg) is om een verantwoord en succesvol onderzoek te starten en af te ronden. Met andere woorden: mis je bronnen? Met behulp van verder (literatuur)onderzoek (zie bijvoorbeeld op de internetpagina Downloads het document LITERATUURSUGGESTIES). Maar je kunt ook doorklikken naar andere sites via de internetpagina Extras voor aanvullende informatie. De werkwijze bij het beschrijven en beoordelen van deze (nieuwe) informatie vindt op dezelfde manier plaats als hierboven beschreven. Je hebt nu een antwoord op de vraag: heb ik voldoende informatie? Bronnen selecteren, ordenen en conclusies trekken Ongeacht welke presentatievorm je kiest (zie bij De (eind)presentatie op p.8), je zult altijd je bronnen moeten ordenen, op een zodanige manier, dat je antwoord(en) kunt geven op de deelvragen, en dus uiteindelijk ook op de hoofdvraag (de conclusie!). Met alle informatie die je hebt verzameld n met de door jouw gekozen presentatievorm in het achterhoofd, ga je een verhaal schrijven. De volgende onderdelen moeten altijd in dit verhaal worden opgenomen: De inleiding Hierin beschrijf je welk onderwerp je hebt gekozen en waarom je dit onderwerp hebt gekozen. Vervolgens geef je aan wat de hoofdvraag en deelvragen zijn. Eventueel geef je ook aan hoe je te werk bent gegaan. De hoofdstukken In verschillende hoofdstukken geef je een antwoord op de door jouw geformuleerde deelvragen. Elk hoofdstuk sluit je dus af met een antwoord op die specifieke deelvraag! De conclusie Alle antwoorden op de deelvragen bij de verschillende hoofdstukken samen, geven een antwoord op de hoofdvraag. Herhaal die hoofdvraag en de antwoorden op de deelvragen nog een keer, en geef dan je eindoordeel: de conclusie! Afhankelijk van de presentatievorm die je hebt gekozen (zie De (eind)presentatie op p.8), kun je tot slot een overzicht geven van de door jou gebruikte bronnen: Het bronnenoverzicht Bij een (geschreven) werkstuk is dit verplicht! Bij een multimediale presentatie hebben je medeleerlingen (en je docent) al gezien welke bronnen je hebt gebruikt. Toch is het raadzaam ook hierbij een overzicht te geven van de gebruikte bronnen, al is het maar om aan te geven welke aanvullende bronnen (boeken of andere sites) je bij je onderzoek hebt geraadpleegd. De (eind)presentatie Nederland in Beweging biedt een grote variatie in presentatievormen. We raden je aan al in een vroeg stadium te bepalen hoe je het (eind)resultaat wilt gaan presenteren. Dit kun je doen aan het begin van je onderzoek, maar het is beter dit te doen na het formuleren van de hoofd- en deelvragen. Het uiterste moment waarop je bepaalt voor welke (eind)presentatie je kiest is n Bronnen beschrijven en beoordelen en vr Bronnen ordenen en conclusies trekken. Soms wordt de presentatievorm bepaald door het onderwerp dat je kiest. Er kunnen ook praktische redenen zijn om voor een bepaalde vorm te kiezen, bijvoorbeeld: je werkt alleen of je werkt in een groep. Daarnaast kan het zijn dat de (technische) omgeving waarbinnen je moet werken, bijvoorbeeld in de mediatheek, in het (vak)lokaal of thuis, bepaalt wat tot de mogelijkheden behoort. Overleg vooraf altijd met je docent bij het bepalen van de vorm van de (eind)presentatie!! Hieronder worden (kort) vijf mogelijke (eind)presentaties behandeld. Zelf kun je altijd nog elementen toevoegen. Ook een combinatie van presentatievormen is natuurlijk mogelijk. En natuurlijk kun je altijd voor een geheel eigen benadering kiezen! Suggesties voor presentatievormen worden ook uitgebreid behandeld in het document MEDIAPRESENTATIES op de internetpagina Downloads. Spreekbeurt Als presentatievorm bij bijna iedereen bekend. Verlevendig je presentatie met afdrukken van bronnen uit NiB2, die je de klas laat rond gaan. Misschien is het zelfs mogelijk (een aantal van) die bronnen te vertonen op een (groot) scherm! Collage Zonder gesproken woord, maar daarom niet minder boeiend. Uiteraard kun je de (delen van) afdrukken van de bronnen uit NiB2 wel vergezeld laten gaan van (geschreven) teksten! (Profiel)werkstuk Aan welke eisen deze presentatie moet voldoen verschilt per school, per vak en soms zelfs per docent. Overleg dus altijd eerst met de docent(en) bij wie je het (profiel)werkstuk inlevert! Documentaire Voor sommigen misschien wel de spannendste manier van presenteren: als een echte documentairemaker je eigen televisieuitzending of film maken! Combineer bijvoorbeeld schilderijen, fotos, krantenartikelen en stills uit films (of zelfs een heel fragment), laat daarbij geluidsfragmenten horen (gesproken woord en/of muziek) en voeg je eigen commentaar toe (gesproken of met behulp van zogenaamde tekstkaarten). Maak een begintitel en eindtitels en klaar is je presentatie! Suggesties voor het samenstellen van een eigen documentaire worden ook uitgebreid behandeld in het document MEDIAPRESENTATIES op de internetpagina Downloads. TIP: Hoewel een grote uitdaging, is deze manier van presenteren bewerkelijker dan je van te voren misschien denkt. Maak daarom een documentaire die niet langer dan vijf minuten duurt! Multimediapresentatie Bij deze manier van presenteren kun je alle mogelijkheden aanspreken die de software op de computer je biedt. Natuurlijk verschillen deze mogelijkheden per school en soms zelfs per computer. Wij gaan er echter van uit dat je eigen creativiteit en inventiviteit (bijna) geen grenzen kent. Suggesties voor het samenstellen van een multimediapresentatie worden ook uitgebreid behandeld in het document MEDIAPRESENTATIES op de internetpagina Downloads. Combineer de bronnen uit NiB2 met door je zelf geschreven teksten (in een tekstverwerkings-programma) f een zelf ingesproken tekst die je van te voren op een cd-rom brandt. TIP: Vr je de (eind)presentatie laat zien, raden we je sterk aan eerst een keer te oefenen!!! Op die manier kun je eventuele (technische) onvolkomenheden nog aanpassenen het voorkomt teleurstellingen. Andere, door jezelf bedachte presentatievormen zijn natuurlijk ook mogelijk.. Sterker nog, wij juichen dat zelfs toe! Misschien kun je ons laten weten waar jij voor gekozen hebt? Je kunt hiervoor het forum op  HYPERLINK "http://www.nederlandinbeweging.nl" www.nederlandinbeweging.nl gebruiken, of je ervaringen sturen naar  HYPERLINK "mailto:info@nederlandinbeweging.nl" info@nederlandinbeweging.nl. Veel plezier!!! Samenvatting (met voorbeeld) Alle werkvormen die aan de orde zijn gekomen, vormen de basis voor een (zelfstandig) onderzoek. Hieronder staat een samenvatting De eerste stappen van het onderzoek worden kort toegelicht aan de hand van een voorbeeld. Wij hebben daarbij gekozen voor het onderwerp veranderingen in de contacten/communicatie met Indonesi. De hoofdvraag en deelvragen formuleren Met behulp van de op school gebruikte geschiedenismethode en eventuele andere informatie heb je bovenstaand onderwerp gekozen n vervolgens een hoofdvraag met deelvragen geformuleerd. Hoofdvraag: Welke veranderingen traden op in de contacten/communicatie met Indonesi in de periode 1600-1950? Deelvragen: Welke veranderingen traden op in de contacten/communicatie met Indonesi in de periode 1600-1950 op het terrein van transport van mensen en goederen? Welke veranderingen traden op in de contacten/communicatie met Indonesi in de periode 1600-1950 op het terrein van uitwisselen van informatie? Zie ook het onderdeel Vragen formuleren (p.3). Bronnen groeperen Selecteer n of meer bronnen uit respectievelijk de 16e, 17e, 18e, 19e en 20ste eeuw rond (de veranderingen in) contacten/communicatie met Indonesi. Je kunt dit doen door in TCF-zoeken te kijken binnen de Themas 2, 3 en 7. Je kunt ook zoeken binnen Cluster 2. Maar ook het zoeken op trefwoord(en) behoort tot de mogelijkheden! Bedenk er maar eens een aantal en noteer de unieke nummers van de gevonden bronnen. Zie ook het onderdeel Zoekstrategien (p.4). Bronnen beschrijven en beoordelen Ga vervolgens de gevonden bronnen eerst beschrijven: welke informatie geven deze bronnen over jouw onderwerp? Als je daarmee klaar bent ga je de bronnen beoordelen.Vragen die hierbij aan de orde kunnen komen zijn: Van wie is de bron afkomstig? Wanneer is de bron gemaakt? Met welk doel is de bron gemaakt? Enzovoort Gebruik bij het beoordelen van de bronnen het document ORINTATIEVRAGEN op de internetpagina Downloads. Zie ook het onderdeel Bronnen beschrijven en beoordelen (p.6). Aanvullend (literatuur)onderzoek Als je vindt dat je nog niet voldoende informatie hebt voor je onderzoek, ga je op zoek naar aanvullende literatuur. Bijvoorbeeld: De op school gebruikte methode Examenkatern(en) Encyclopedie(n) Overige literatuur. Zie o.a. de pagina LITERATUURSUGGESTIES of kijk via Extras op andere sites via  HYPERLINK "http://www.nederlandinbeweging.nl" www.nederlandinbeweging.nl ! Samenhang aanbrengen De informatie verwerken. In feite dus het schrijven". Zie ook Bronnen selecteren, ordenen en conclusies trekken (p.7) Conclusie(s) trekken/formuleren Antwoord geven op de deelvragen, en uiteindelijk op de hoofdvraag. Zie ook Bronnen selecteren, ordenen en conclusies trekken (p.7) Presentatie uitwerken/voorbereiden De richting/invulling/uitwerking van het onderzoek wordt natuurlijk mede bepaald door de manier van presenteren die je kiest. Meestal doe je dit, in overleg met de docent, n Bronnen beschrijven en beoordelen en vr Bronnen ordenen en conclusies trekken. Zie ook De (eind)presentatie (p.8). Tot slot: Zoals reeds eerder vermeld, raden wij je sterk aan alle bevindingen, onderzoeksresultaten, enz. steeds te noteren in een door jou aangemaakt document. Als je onderzoek is afgerond kun je, onder vermelding van je naam, de school en de klas waarin je zit, dit document opsturen naar  HYPERLINK "mailto:info@nederlandinbeweging.nl" info@nederlandinbeweging.nl. De redactie van de website zal er dan voor zorgen dat deze resultaten op de forumpagina worden geplaatst. Wij als samenstellers, maar zeker ook alle andere onderzoekers kunnen er ons/hun voordeel mee doen! Als opmaat voor een (wetenschappelijke) vervolgopleiding en/of (maatschappelijke) carrire is dit een zeer nuttige oefening! PAGE  PAGE 11 R\"IJQT3CGjf g   . z[}>Bf@b 6]0JjU jU 5>*\>*5\ 56\]V MNOPQR\]pqr#$IJKLMNmPPNOPQij  X J 0145( p#no !!!!" p#$a$ "/"$$%%|&&e'n'()(j)s)))****+1+E+,,,,f.//y1111 3*333X3Z366;;;;i<u<N>W>? ??@@@@@@@AANAOAPAkAlApAAAAEj6U] 0J6]j6U]j6U]56>*\] 6>*] 56\]6]5\>* 5>*\H""1"2""""""#(#/#:#I#f#v#####$$%5&6&{&|&&& & F&''(()(*()*****+++,,,,,---f.g.$h^ha$$ & Fa$$a$ & Fg.t.T/U/// 011Z3[3448595066666677777j8k8 & Fh^h & Fk8l8~88;9<9=9J9K9%;;;;}<~<<<<<<=Y>????? p# & F & Fh^h?nAoApAAAAzBBBBBCCCCC6D7DCDDiEjEkEEEEEE & FEEEEEEEEEEEEFFFFfGuG>IGI`IIJJJJJK K K$K%KKK'LXL4MVM]MMMMMMMMNNOOOOOkPmPnPtPuPvPxPyPPPPPPPPʿ0JmHnHu0J j0JUjU jU0Jj>*U j>*U>*5\H* 5>*\CEGFHFOGPG}G~GGGGHHyHzHHHHHHIIJIIIIIII1J2J & F2JQJbJsJJJ(K)K*K?K@KwKxKKKKKKLL_L`LaLLLMMMM & F p#MMMmPvPwPxPPPPPP&`#$ + 01h. A!"#n$n%DyK info@nederlandinbeweging.nlyK Fmailto:info@nederlandinbeweging.nlDyK www.nederlandinbeweging.nlyK Fhttp://www.nederlandinbeweging.nl/DyK info@nederlandinbeweging.nlyK Fmailto:info@nederlandinbeweging.nlDyK www.nederlandinbeweging.nlyK Fhttp://www.nederlandinbeweging.nl/DyK info@nederlandinbeweging.nlyK Fmailto:info@nederlandinbeweging.nl iF@F Standaard CJOJQJ_HaJmHsHtH*@* Kop 1$@&5\.. Kop 2$@& 5>*\0@0 Kop 3$$@&a$6]*@* Kop 4$@&6]44 Kop 5$@&5B*\phDA@D Standaardalinea-lettertype.U@. Hyperlink >*B*ph<B< Platte tekst6B*]ph6P@6 Platte tekst 25\2 @"2 Voettekst  p#()@1( Paginanummer>V@A> GevolgdeHyperlink >*B* phLx MNOPQR\]pqr#$IJKLMNOPQijXJ 0 1 4 5      ( no12(/:Ifv !5"6"{"|"""##$$)$*$%&&&&&'''((((()))f*g*t*T+U+++ ,--Z/[/008191022222233333j4k4l4~44;5<5=5J5K5%7777}8~8888889Y:;;;;;n=o=p====z>>>>>?????6@7@C@@iAjAkAAAAAAGBHBOCPC}C~CCCCDDyDzDDDDDDIEJEEEEEEE1F2FQFbFsFFF(G)G*G?G@GwGxGGGGGGHH_H`HaHHHIIIIIImLxLLLL0000000000R00000j00j00j00j00j00j000000000j00000000j000j0j0j00j0j0j00j00j000000 @0 @0 @0 @0 @0 @0 0000000000000000 00000 00000 0 0 0000 0(0 (0 (00000l00l0l0l0l0l0l0l0l0l00l00l00000l0l00l0000l0l0l000l 0l00l0l00l 000l0l00080l 000(0(0(0(0 (0 (0 ( 0 (0 (0 ( 0 (0 0" 0"0"0"00" 0"0@0&00&00& 00&0000& 0&0&0&0&0& 0&0&00&0& 0&0&0&0&0& 0&0&0000& 0&0&000 0&0&0000 0&0&0&8080&80&80&0p50p50p50p50p50p50p5 0p50p50p50p50p50p50p50p50p50p50p50p500p50p5 0p50p50p50p500p500p50p5 0p50p50p50p50p50p50p50p50p500p500p500p500 0p50p50p50p50p50p50p50p5000p50 0p50p50p50p500p50p5 0p50p50p50p5000p5 0p50p50p50p500p50p50p50@0@0@0 0  EP,28N"&g.k8?E2JMP-/01345679:;P.f<<<=O=k=F G$GJKKLXXXXX !!48 @0(  B S  ?L{ |  >He#n#j%s%..22556!677N:W:::aBkB>EGEoFqFmLLLJJf%%22$77~88m9n99Y:;;<<<m=]BkBoBrB(EHEFFIkLlLL van der WalXC:\WINDOWS\Application Data\Microsoft\Word\AutoHerstel-versie van NiB2 didac.werkvormen4 van der Wal/C:\Mijn documenten\NiB2 didac.werkvormen4.1.doc van der WalXC:\WINDOWS\Application Data\Microsoft\Word\AutoHerstel-versie van NiB2 didac.werkvormen4 van der Wal/C:\Mijn documenten\NiB2 didac.werkvormen4.2.doc van der WalXC:\WINDOWS\Application Data\Microsoft\Word\AutoHerstel-versie van NiB2 didac.werkvormen4 van der WalXC:\WINDOWS\Application Data\Microsoft\Word\AutoHerstel-versie van NiB2 didac.werkvormen4 van der Wal/C:\Mijn documenten\NiB2 didac.werkvormen4.2.doc van der Wal/C:\Mijn documenten\NiB2 didac.werkvormen4.2.doc van der Wal C:\Mijn documenten\Didactiek.doc van der Wal C:\Mijn documenten\Didactiek.doc: \c*:r IIrNaO(Vf:gF^JX^`5OJPJQJ^Jo( ^`OJQJo(o pp^p`OJQJo( @ @ ^@ `OJQJo( ^`OJQJo(o ^`OJQJo( ^`OJQJo( ^`OJQJo(o PP^P`OJQJo(^`OJPJQJ^Jo(- ^`OJQJo(o pp^p`OJQJo( @ @ ^@ `OJQJo( ^`OJQJo(o ^`OJQJo( ^`OJQJo( ^`OJQJo(o PP^P`OJQJo(^`o(.^`.pLp^p`L.@ @ ^@ `.^`.L^`L.^`.^`.PLP^P`L.^`o(.^`.pLp^p`L.@ @ ^@ `.^`.L^`L.^`.^`.PLP^P`L.^`o(.^`.pLp^p`L.@ @ ^@ `.^`.L^`L.^`.^`.PLP^P`L.^`OJPJQJ^Jo( ^`OJQJo(o pp^p`OJQJo( @ @ ^@ `OJQJo( ^`OJQJo(o ^`OJQJo( ^`OJQJo( ^`OJQJo(o PP^P`OJQJo(^`OJPJQJ^Jo( ^`OJQJo(o pp^p`OJQJo( @ @ ^@ `OJQJo( ^`OJQJo(o ^`OJQJo( ^`OJQJo( ^`OJQJo(o PP^P`OJQJo(c*aONgF^II: V??|Y@BbL0@UnknownG:Times New Roman5Symbol3& :Arial9Garamond;Wingdings?5 :Courier New"qXFsFH ? !n0dcM2QNederland in Beweging (deel 2) van der Wal van der WalZOh+'0 $0 L X d p|Nederland in Beweging (deel 2)iede van der Walan an Normal  van der Wal3n Microsoft Word 9.0n@ @.@p&@= ?Z՜.+,D՜.+,P  hp  Draadi cM Nederland in Beweging (deel 2) Titel 8@ _PID_HLINKSAp8 #mailto:info@nederlandinbeweging.nlew #http://www.nederlandinbeweging.nl/8#mailto:info@nederlandinbeweging.nlew#http://www.nederlandinbeweging.nl/8#mailto:info@nederlandinbeweging.nl  !"#$%&'()*+,-./0123456789:;<>?@ABCDFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdfghijklnopqrstwRoot Entry FyData =1TableE>WordDocument-xSummaryInformation(eDocumentSummaryInformation8mCompObjjObjectPool  FMicrosoft Word-document MSWordDocWord.Document.89q